PharmaNL en het Nationaal Groeifonds
PharmaNL wordt gefinancierd vanuit het Nationaal Groeifonds (gestart in 2022), waarmee het toenmalige kabinet ruim €11 miljard investeert in projecten die bijdragen aan het duurzame verdienvermogen van Nederland. Het fonds wordt beheerd door het Ministerie van Economische Zaken(EZ) en het Ministerie van Financiën, met een onafhankelijke commissie die adviseert over toekenningen en de voortgang van projecten. Binnen deze structuur is het ministerie dat de aanvraag indient formeel projectcoördinator.
Voor PharmaNL is VWS formeel projectcoördinator, in afstemming met EZ, maar de uitvoering ligt nadrukkelijk bij partners, zoals penvoerder Pivot Park en projectmanager PharmaNL Floor van de Watering. “Het is een zachte vorm van coördinatie,” zegt Peterse. “Vanuit VWS heb ik een centrale rol: ik woon vergaderingen bij en ben eindverantwoordelijk voor de monitoring en rapportage aan EZ, maar de uitvoering ligt bij de experts in de sector. Zo blijft het onafhankelijk en objectief.”
Mijlpalen en KPI’s
Hij legt uit dat aanvragen voor subsidies vanuit PharmaNL onafhankelijk worden beoordeeld via subsidiepartner ZonMw. “Er zijn per project mijlpalen en KPI’s opgesteld,” zegt Peterse. “Zo moeten minimaal 50 actoren uit het farmaceutische veld actief deelnemen aan een programma, en meer dan 5.000 personen deelnemen aan een opleiding die is opgezet binnen de diverse PharmaNL-projecten. Op deze manier wordt kennisdeling en innovatie concreet gemeten.”
Impact op patiënten en samenleving
Een kernpunt van PharmaNL is maatschappelijke impact. “Het gaat niet alleen om het ontwikkelen van nieuwe geneesmiddelen, maar ook om toegang voor patiënten,” benadrukt Peterse. “Een sterke life sciences-sector zorgt voor innovaties die gezondheidswinst kunnen opleveren, en bijvoorbeeld voor toegang voor patiënten tot experimentele medicijnen in de ontwikkelingsfase, wat anders niet mogelijk zou zijn.”
Het programma richt zich niet op één specifiek medicijn of ziektebeeld. “Het draait bij PharmaNL om kennis en infrastructuur, en het veld weet het beste waar dit in eerste instantie kan worden toegepast,” zegt Peterse. “Het mooie is dat succesvolle bedrijven hieruit voortkomen die nieuwe therapieën ontwikkelen of bestaande therapieën beter beschikbaar maken voor de Nederlandse patiënt.”
Flexibiliteit en innovatie
Een belangrijk aspect van PharmaNL is flexibiliteit. Toen het programma drie jaar geleden werd opgezet, was nog niet duidelijk wat bijvoorbeeld de rol van AI in geneesmiddelenontwikkeling zou zijn. “Die ruimte laten we bewust open, zodat innovaties die wereldwijd plaatsvinden ook hier kunnen worden opgepakt,” legt Peterse uit.
Ook regionale spreiding speelt een belangrijke rol. “We stimuleren projecten door het hele land, niet alleen in de Randstad,” zegt hij. “Rondom universiteiten en bestaande clusters in het hele land zitten sterke life science-teams en patiënten, en zo zorgen we dat innovatie breed gedragen wordt.”
Strategische visie en lange termijn
De projecten van PharmaNL moeten uiterlijk 2032 meetbare resultaten laten zien. “Het programma ondersteunt zowel de maatschappelijke als economische impact,” zegt Peterse. “Een succesvol medicijn kan niet alleen patiënten helpen, maar ook bijdragen aan de economie. De biotech- en life sciences-sector speelt daarin een cruciale rol.”
VWS benadrukt dat investeringen in PharmaNL bijdragen aan onafhankelijkheid in de geneesmiddelenketen, betere beschikbaarheid en toegang tot medicijnen. “Het doel is breed: infrastructuur versterken, kennis delen en innovatie toegankelijker maken,” zegt Peterse.
Met PharmaNL zet Nederland een belangrijke stap richting een krachtige, innovatieve en toegankelijke farmaceutische sector, waarin samenwerking, kennisdeling en maatschappelijke impact centraal staan. Zoals Peterse het samenvat: “Een sterke life sciences-sector biedt patiënten hoop, bijvoorbeeld toegang tot experimentele medicijnen in de ontwikkelingsfase, wat anders niet mogelijk zou zijn.”
Tekst: PharmaNL (auteur Marlies Schipperheijn)
Afbeelding: Yorick Peterse